Het nieuwe wetenschappelijke normaal

Het nieuwe normaal door COVID-19 is niet alleen op het maatschappelijk leven van toepassing, maar ook op de wijze waarop wetenschappers en uitgevers zich manifesteren.
Het initiatief ‘Prelum Steunt’ is daar een mooi voorbeeld van: het vrijgeven van artikelen uit de verschillende uitgaven die raakvlakken hebben met en relevant zijn voor de huidige pandemie.

Vanuit het nascholingsplatform voor fysiotherapeuten Physios zijn drie artikelen geplaatst, met de volgende onderwerpen: de richtlijn Acute COPD-longaanval (1), ademspiertraining (2) en de gevolgen van sedentair gedrag (3). Een acute COPD-longaanval is een snelle verslechtering van de conditie van de COPD-patiënt gekenmerkt door ademhalingsproblemen en/of hoesten. Het vroegtijdig uitsluiten van COVID-19 is dan van belang en een nieuw element om toe te voegen aan de richtlijn. In eerste instantie werd COVID-19 vooral gezien als een longziekte en al snel werd duidelijk dat na het doormaken van de ziekte de ademfunctie sterk afneemt. Het artikel over ademspiertraining beschrijft hoe deze interventie uitgevoerd dient te worden bij diverse indicaties. De status na COVID-19 kan nu aan dat rijtje toegevoegd worden. Het artikel over inactiviteit en sedentair gedrag geeft een uitgebreide opsomming van de gevolgen van langdurige bedrust en dat is veel meer dan spieratrofie en afname van spierkracht. Inmiddels wordt steeds duidelijker hoe moeizaam het herstel is na een ernstig beloop van COVID-19.

Deze drie artikelen zijn weliswaar relevant, maar specifieke informatie over COVID-19 is noodzakelijk. Wat dat betekent voor het nieuwe wetenschappelijke normaal laat zich vooral zien in de harde cijfers. Het invoeren van de zoekterm ‘COVID-19’ in de nieuwe versie van Pubmed levert anno 31 mei 17.533 treffers op die logischerwijs allemaal in 2020 zijn gepubliceerd. Dat zijn meer dan 115 publicaties per dag!  Tien dagen later is dit aantal gegroeid tot 21.000. Opvallend is dat van de 17.533 publicaties op 31 mei er 10.536 vrij toegankelijk zijn. Vanaf 13 maart 2020 hebben wereldwijd 46 tijdschriften en uitgeverijen hun publicaties op uniforme wijze als open access gepubliceerd. Een soort mondiale Prelum Steunt!

Veel publicaties zijn aanvankelijk commentaren of narrative reviews waarin op basis van beschikbare data en wetenschappelijk redeneren een betoog wordt opgezet. Naarmate meer data beschikbaar komt, betreft het in toenemende aantallen uitgebreide casusbeschrijvingen en cohortonderzoeken. Op 31 mei bevatten de 17.533 publicaties over COVID-19 13 random clinical trials (RCT’s), 139 systematische reviews, en 18 meta-analyses. Een opvallende verhouding, omdat meta-analyses en systematische reviews gebaseerd zijn op een analyse van eerder verschenen RCT’s.

Onderzoeken opzetten en uitvoeren kost tijd. De website www.covid-trials.org (een initiatief van de Bill & Melinda Gates Foundation) is een real time-dashboard voor clinical trials in uitvoering over COVID-19. Op 31 mei stond de teller wereldwijd op maar liefst 1.304 trials, waarvan 21 trials opgezet door Nederlandse onderzoekers. Op 10 juni staat de teller op 1.476 trials. Een toename van 172 trials in 10 dagen tijd!

De snelheid van publiceren is erg hoog. In een podcast vertelt de hoofdredacteur van de New England Journal of Medicin (www.nejm.org ) dat de doorlooptijd van het reviewproces in plaats van maanden de afgelopen periode soms dagen of zelfs uren was, waarbij de kwaliteit van het proces wel gehandhaafd blijft. Een nieuw fenomeen is het publiceren van ‘rapid systematic reviews’, waaruit moet blijken dat de kwaliteit niet volledig gewaarborgd kan worden.  Of de toevoeging ‘living’ met als boodschap dat de kennis ‘in ontwikkeling’ is. Een andere uiting van de snelheid van publiceren is het aan het artikel toevoegen van het watermerk ‘uncorrected manuscript’. Dat het waarschijnlijk niet altijd goed is gegaan met de kwaliteit van gepubliceerde studies blijkt uit berichten over onbetrouwbare en niet te controleren data waarop studies zijn gebaseerd.

De snelle doorlooptijd was ook van toepassing op het KNGF-standpunt rondom de fysiotherapeutische zorg van patiënten met COVID-19. Op 17 april werd versie 1.0 gepubliceerd en op 4 juni verscheen de eerste update. Een knap stukje ‘levend’ werk van een Nederlandse onderzoeksgroep, dat inmiddels is vertaald in het Engels. Met veel genoegen heeft Prelum Steunt met het faciliteren van een webinar bijgedragen aan de implementatie van dit standpunt.

De hausse aan wetenschappelijke publicaties maakt het des te belangrijker deze op juiste waarde te beoordelen. En ook daar valt in deze tijd veel over op te merken. De scheidslijn tussen politiek en wetenschap is vaak dun. Aan de 17 miljoen bondschoaches en virologen kunnen we nu ook 17 miljoen wetenschappers toevoegen. Of al die nieuwe wetenschappers daar gelukkig van worden, is de vraag. Het gewone publiek begrijpt niet altijd hoe op basis van dezelfde feiten verschillende conclusies kunnen worden getrokken. Vanuit mijn perspectief is het interessant wat de wetenschappelijke trend is in het fysiotherapeutische domein. Meer publicaties zijn daar zeker over te verwachten nu de focus verschuift van de intensive care naar revalidatie.

Als afsluiting terug naar Prelum Steunt. Wilt u als zorgprofessional laagdrempelig en Nederlandstalig uw ervaringen of inzichten op gebied van de zorgverlening rondom COVID-19-patiënten publiceren, dan zien wij heel graag uw bijdrage tegemoet! Voor meer informatie neemt u contact op met prelumsteunt@prelum.nl.

Martin Moons, hoofdredacteur Physios

BACK