Het leek net een sciencefictionfilm

Op de Dag van de Verpleging deed Nurse Academy een oproep aan verpleegkundigen om een collega in het zonnetje te zetten. Dit leverde een stortvloed aan leuke, bijzondere en inspirerende verhalen op. We maakten een selectie uit de inzendingen. Lees hier het persoonlijke verhaal van IC-verpleegkundige Annelies Berends.

“Ik weet nog dat ik voor het eerst op de IC kwam waar alleen coronapatiënten lagen. Onze grootste locatie telde achttien bedden. Alle patiënten hadden hetzelfde ziektebeeld, iedereen lag aan de sedatie, en de helft van de patiënten lag op de buik. Het waren mensen zonder gezicht, mensen die je niet kent en waar je geen persoonlijk beeld bij hebt. Het leek net een sciencefictionfilm.”

Annelies Berends – werkzaam bij het Universitair Medisch Centrum Groningen – zet zich al 37 jaar met veel plezier in als IC-verpleegkundige. Volgend jaar augustus gaat ze met pensioen. Daarom had Annelies besloten om het rustiger aan te doen. “Vanaf 1 april zou ik 64% gaan werken. Dat wilde ik doen tot ik mijn AOW-leeftijd had bereikt. Maar dat plan ging niet door. Vanwege de coronacrisis werd mijn werkpercentage opgeschaald naar 95%. Daarnaast werkte ik volgens een crisisrooster: drie vroege diensten, een dag vrij, twee late diensten, een dag vrij, twee nachtdiensten, twee dagen vrij, en weer drie vroege diensten….

Het crisisrooster zou twee à drie maanden gelden. Er werden nieuwe teams geformeerd, dus ik werkte niet meer met vaste collega’s samen. Ook werden er meer IC-locaties gecreëerd. Alle collega’s op de IC waren bereidwillig en gemotiveerd. Samen stonden we sterk en gingen we ervoor. Ook ik heb nooit getwijfeld. Wel zag ik op tegen de nachtdiensten, die draaide ik al tien jaar niet meer. Gelukkig ben ik ze fluitend doorgekomen. Ik was heel blij dat ik elke dag naar mijn werk kon en mijn collega’s zag, en niet wekenlang verplicht thuis moest blijven, zoals een groot deel van Nederland.

Werken op de IC is hollen en stilstaan, maar dat maakt het werk juist leuk: sommige diensten verlopen rustig, aangezien er weinig patiënten op de IC liggen. Maar na een telefoontje vlieg je vervolgens alle kanten op. Ik ben iemand die veel prikkels nodig heeft. Ik zou absoluut niet geschikt zijn om op een afdeling met chronische patiënten te werken. In dat opzicht geeft werken op de IC in coronatijd ontzettend veel voldoening. Wel kwam mijn sociale leven voor een groot deel stil te liggen. Ik heb vier – inmiddels volwassen – kinderen en zes kleinkinderen, die ik met mooi weer in de openlucht zag. Ze zijn heel trots. Mijn echtgenoot woont al jaren in een verpleeghuis, dus ik woon alleen. Ik kon me permitteren om tijdens de spaarzame vrije dagen niéts te doen. Op die manier is de werkdruk vol te houden. En gelukkig voel ik mij fysiek ook geen 65. Ik denk dat jonge verpleegkundigen met kinderen thuis het pas echt zwaar hebben gehad.

Tijdens een MICU-dienst (Mobile Intensive Care Unit) heb ik een van de eerste coronapatiënten opgehaald in Nieuwegein. Ik trok voor het eerst het warme, blauwe pak aan op de gang. Anderen in blauwe pakken passeerden me. Er was veel onrust. Ik ging de sluis door en tilde samen met collega’s de patiënt over. Tijdens het overtillen zakte het mondkapje onder mijn kin. Ik wilde doorgaan, maar realiseerde me dat dat geen optie was. Ik moest de ruimte verlaten: ik was namelijk niet goed aangekleed. Het coronavirus brengt nieuwe gebruiken met zich mee. Zo was het wennen dat ik tijdens mijn dienst geen slok water kon nemen als ik daar behoefte aan had. Ook het toiletbezoek moest ik reguleren tijdens de pauze. Maar goed, elk begin is moeilijk…

Op het hoogtepunt hebben we 50 coronapatiënten tegelijkertijd gehad. Wij hadden – in tegenstelling tot ziekenhuizen in bijvoorbeeld Zuid-Nederland – het geluk dat we ons goed voor konden bereiden op de situatie. Om de situatie draaglijk te houden, gaven we patiënten op de IC een gezicht. Familieleden mailden ons informatie, foto’s en verhalen en wij hingen dit op aan de glazen wanden tussen de bedden. Ook hielden we voor iedere patiënt een dagboek bij. Het contact met de familie verliep via de iPad. Normaal kun je verdrietige familieleden een tissue aanreiken, een beker water brengen of een hand op de schouder leggen. Nu sta je met een iPad in je hand en kun je hooguit zeggen: ‘Ja, erg he’. Ik vind dat het moeilijkste: het gemist van tastbare familieleden en de wetenschap dat van verschillende patiënten de echtgenoot of een kind elders in het land op de IC lag.

Momenteel hebben we geen coronapatiënten op de IC en gaan we terug naar ons eigen werkpercentage. We gaan daarentegen niet terug naar onze eigen teams. Minister van VWS Hugo de Jonge heeft besloten dat er meer bedden gecreëerd moeten worden. Wij gaan daarom van 35 naar maximaal 53 bedden. Daar is op de IC onvrede en onrust over. De 35 bedden die wij momenteel hebben, kunnen we amper beleggen vanwege personeelstekorten. De bedoeling is dat we in plaats van één instabiele patiënt of twee patiënten (zoals beschreven in de functieomschrijving) overzicht houden over drie of vier patiënten. We worden hierbij ondersteund door verpleegkundigen van andere afdelingen. Dit wordt een uitdaging, aangezien we niet precies weten wat ze wel en niet kunnen. Ik hoop maar dat de kwaliteit van zorg er niet onder gaat lijden. Het wil overigens niet zeggen dat we elke dag op onze tenen lopen, aangezien de bedden mogelijk niet allemaal bezet zullen zijn, maar de eisen die aan ons gesteld worden maken ons nerveus.”

BACK